In de
kloostertuin

Archimandriet Adriaan (Korporaal)
28 oktober 1913 - 30 mei 2002

De persoonlijke geschiedenis van vader Adriaan is de geschiedenis van zijn samenwerking met vladyka Jacob. Natuurlijk was er een periode daarvoor. Elk opgegroeid in een goed rooms-katholiek gezin, hebben zij als misdienaars de mis intens leren kennen. Vader Adriaan met diepe vreugde dat hij het mysterie van zo dichtbij mocht meebeleven, Vladyka als basis voor het vast besluit --toen al!-- zelf priester te worden.

Vladyka volgde de priesterstudie bij de Paters Jezuïeten in Den Haag en werd novice in de Benedictijner abdij te Steenbrugge in België. Hij ontdekte daar het Officie en de Kerkvaders. Maar zijn gezondheid was niet robuust genoeg, hij werd niet aangenomen.

Vader Adriaan was intussen, na het Aloysius College, in Delft chemie gaan studeren. Hij werd ook actief lid van de Kernbeweging van de begaafde studentenpastor Raymond van Sante, waar het vooral ging om de kennis van Christus, het aandachtig lezen van het Evangelie en van goede boeken daarover, om dat alles met elkaar te bespreken.

Vader Adriaan en Vladyka ontmoetten elkaar daarbij in 1935, en sloten al gauw vriendschap voor het leven. Zij boomden eindeloos met elkaar, vooral lopend langs het strand of elkaar steeds maar heen en weer naar huis brengend. Over Christus, geloof uitdragen, de (Rooms-Katholieke) Kerk. Daarbij haden zij vrij veel kritiek op de parochiepriesters die ze kenden. Het was typerend voor vader Adrian dat hij het eerlijk vond zelf te proberen een betere priester te worden. Hij ging Latijn leren in de studieclub voor late roepingen van de oude jezuïet pater Wilde en besloot als logisch gevolg in het klooster te gaan, en wel het Belgische benedictijnenklooster Sint Andries. Aangemoedigd door Vladyka, die erg betreurde dat het hem niet gelukt was. Ook vader Adriaan ontdekte in het klooster veel waardevols en was er gelukkig, maar ook zijn gezondheid was niet goed genoeg. Toen besloten zij te beginnen samen monnik te worden, het Officie in het Nederlands te bidden, en te streven naar de eenvoud en de intensiteit van het leven van de christenen der eerste eeuwen.

Maar waarvan zouden zij kunnen leven? In die crisisjaren vonden zelfs afgestudeerden alleen door protectie magere baantjes en vader Adriaan had zijn chemiestudie afgebroken om naar St. Andries te gaan. Vladyka had zijn schoolopleiding al veel jonger daarvoor afgebroken. Na zijn terugkeer had zijn vader een baantje bij het Centraal Bureau voor de Statistiek voor hem veroverd, een nachtmerrie voor Vladyka die tamelijk cijferblind was. Hij deed zijn uiterste best dat te camoufleren, maar hij struikelde over iets dat onbelangrijk leek: het doorgeven van de uitslag van een wedstrijd van de favoriete voetbalclub van de directeur. Hij verwisselde per ongeluk de cijfers, alsof ze gewonnen hadden. De directeur sloeg een figuur met zijn trots op zijn club en Vladyka werd op staande voet ontslagen. Een opluchting, maar at nu?

Al gauw hadden zij toen zij samen op zoek gingen naar het wezenlijke, in de katholieke bibliotheek een trapkast ontdekt vol boeken waar niemand naar vroeg: de geschriften van de Kerkvaders, liturgiegeschiedenis, ontwikkelingen in de eerste eeuwen van het christendom. Ze hadden al jarenlang daaruit elk naar eigen aanleg enthousiast veel kennis verzameld. Maar daar was natuurlijk ook geen vraag naar. Het gevolg was alleen dat zij steeds duidelijker zagen dat overgaan naar de Orthodoxe Kerk de juiste weg moest zijn. Zij hadden zoveel banden met de Rooms-Katholieke Kerk en zouden zoveel dierbare mensen verdriet doen, dat zij toch nog lang aarzelden. In mei 1940 deed de oorlog hen beseffen dat je ernstige beslissingen niet maar steeds kunt uitstellen en met Orthodox Pinksteren werden zij opgenomen in de Orthodoxe Kerk.

In de Russisch-Orthodoxe Kerk in de Obrechtstraat waren zij hartelijk ontvangen. De manier waarop de dienst gedaan werd, boeide hen zeer en de priester gaf antwoord op al hun vragen in redelijk Nederlands. Daarbij bleek dat zij werkelijk een Kerk gevonden hadden waar het oude christendom nog heel herkenbaar aanwezig was. Zij namen graag het aanbod aan op de zolder van de pastorie te komen wonen om zoveel mogelijk te leren.

Hun hoopvolle vreugde was van korte duur. Ze verstonden elkaar toch vrij slecht, zowel letterlijk als figuurlijk. Orthodox worden betekende kennelijk vanzelfsprekend ook Russisch worden. Telkens kregen zij verwijten over hun goochelmoed. Toen ze dit uiteindelijk als hoogmoed begrepen, bleek ook waarom: hun idee dienst te wilen doen in het Nederlands was absurd. Slavisch was de enige werkelijk liturgische taal; ze moesten beginnen met die te leren en hun eigenaardige plannen te laten varen.

Toen zij eerder bij de Grieken belangstelling toonden voor de Orthodoxie, reageerden die verwonderd met: willen jullie dan Griek worden? Er zat kennelijk niets anders op dan zelf een Nederlandse orthodoxie op te bouwen. Maar er waren geen bruikbare boeken, de oorlog maakte reizen onmogelijk en contacten moeilijk.

Vader Adriaan vond werk, ze vonden huisvesting en richtten hun eerste kapel in: in de mooiste kamer een loper over de schoorsteen, daarboven een kruis aan de muur en aan weerskanten een simpele kandelaar van bronskleurig blik. Zolang zij niets anders hadden, deden zij het Benedictijnse officie. Vladyka deed het huishouden. Doordat zij zo verschillend van aanleg en karakter waren, beiden zeer begaafd en volkomen eensgezind over wat zij wilden bereiken, zagen zij door hun vanzelfsprekende samenwerking kans vrijwel uit het niets iets waardevols te bouwen.

Zij hadden allebei het vermogen om een goede kans ogenblikkelijk weloverwogen te benutten. Ze kregen bezoek van dr. Hendrix, enthousiast byzantinoloog, die hun streven zo sympathiek vond dat hij hun zijn uit Rusland meegebrachte ikoon schonk van de heilige Johannes de Voorloper. Deze ikoon van de beschermheilige van hun kerk in wording maakt thans deel uit van onze ikonostase. Dr. Hendrix bracht hen in (schriftelijk) contact met de benedictinessenabdij van Herstelle in Duitsland, waar de geleerde rector Odo Casel liturgische vernieuwing nastreefde door wetenschappelijke studies van de oudste liturgische teksten. Toen schonk de abdis hun de hele reeks van de door Odo Casel uitgegeven Liturgische Jahrbücher, waarin veel over de Orthodoxie te vinden was.

Zij vonden in Monster een huis met een schuur als kapel en een moestuin, zeer waardevol voor het in leven blijven. Na een jaar hield het werk van vader Adriaan door de oorlog op en zij vonden geen mogelijkheid meer om de huur te betalen. Door relaties uit vader Adriaans studententijd kregen zij een onbewoonbaar verklaarde woning met een sterk verwaarloosde moestuin in een gehucht in Limburg. Daar kregen hun kloosteridealen vastere vorm. Met hard werken konden zij redelijk overleven, ze kregen geïnteresseerde gasten. De omwonenden beschouwden hen eerst als hoogstmerkwaardige vreemdelingen, maar hielpen hen al gauw aan voedsel. Geleidelijk kwamen ze ook vaker een praatje maken over serieuze zaken. Toen de dorpskerk door de Duitsers verwoest was, werkten zij samen met de pater die de parochie bij kwam staan. Zij hadden hun thuis gevonden.

Maar... voor de laatste oorlogswinter werden vader Adriaan en een toevallige onderduiker bij hen tijdens een razzia door de Duitsers meegenomen voor de Arbeitseinsatz om een tankgracht te graven aan de andere kant van de grens. Toen dat gebied bevrijd werd wachtten zij niet op de trein die hen morgen naar huis zou brengen. Gebruik makend van de algemene verwarring gingen ze gewoon op pad om naar huis te lopen door de mijnenvelden, via de grote kuilen waar de mijn dus al ontploft was. Dezelfde avond waren ze thuis. De anderen kwamen pas maanden later. Maar vader Adriaans toch al matige gezondheid had een lelijke knauw gekregen. En zodra Nederland ook bevrijd was, begon de pasbenoemde pastor een actie om hun woning alsnog te laten onteigenen om de verwoeste kerk royaler te kunnen herbouwen. Dus kwamen zij weer terug op de zolder van het ouderlijk huis van vader Adriaan in Den Haag, waar zij begonnen waren.

Gods zegen verliet hen nooit. Elke schijnbaar funeste tegenslag werd het begin van een vruchtbaardere periode. Maar dat wel dankzij hun onverwoestbare volharding en vindingrijkheid.

De latere monachina Joanna en haar moeder, de dames Brouwer, hadden herhaaldelijk bij hen in Limburg gelogeerd. Tengevolge van de woningnood mochten zij niet in hun grote huis in Anhem blijven wonen. Toen ontstond het plan om samen met de vaders een huis in Den Haag te kopen om daarin de Kerk te vestigen en er samen te wonen. In het Westen van het land was de woningnood heel ernstig. Na grondig zoeken bleek de enige mogelijkheid het kopen van een in aanbouw zijnde nieuwbouwwoning in een buitenwijk aan het einde van de lange Laan van Meerdervoort. Het huis was nauwelijks geschikt, typisch nieuwbouw van die tijd. De parterre was wel één ruimte, maar door de hinderlijke, schuin de kamer in gemetselde schoorsteenmantels toch min of meer in tweeën verdeeld. Maar het werd toch een kerk.

Vladyka was intussen priester gewijd en er begon zich een parochie te vormen. Met hun hulp kreeg de Kerk op den duur een echte ikonostase en kerkbanken. Maar de financiële zorgen door de hypotheek en erfpacht waren heel zwaar. Vader Adriaan had eerst bij zijn ouders op zolder een werkplaatsje voor het maken van naaimachinemotoren ingericht. Toen dat overbodig werd, vond hij zowaar een goede baan op het keuringslaboratorium van de PTT. Hij was eerst afgekeurd en na een paar weken rust toch goedgekeurd. Maar na een week werken al bleek hij ernstig ziek. De oude vervanger van de huisarts stelde een verkeerde diagnose, tenslotte bleek het een ernstig verwaarloosde pleuritis te zijn. Dat betekende zes weken ziekenhuis en maandenlang opkweken door Vladyka met duizenden PAStabletten en room in alles wat zich daarvoor leende. Met Pasen was hij zo ver dat hij in de kerk in bed mocht liggen achter het harmonium dat voor de kooroefeningen werd gebruikt. Maar beslist niet meezingen en geen wierook. De jongste broer van vader Adriaan nam mij mee naar die dienst.

Behalve Vladyka was iedereen onzeker: de oudere altaardienaar die begon met de grote kandelaar omver te lopen en met het boek wegliep in plaats van het omhoog te houden, toen Vladyka met kruis en kaars voor de kerkdeur stond; het koor (sopraan en bas), dat herhaaldelijk op gang geholpen moest worden, het oliemannetje en zijn vrouw, trots dat zij uitgenodigd waren, maar die gingen zitten als ik ging zitten en staan als ik ging staan, terwijl ik helemaal niet wist hoe het hoorde. Maar Vladyka deed de dienst zo overtuigend dat ik er meer van wilde weten en een afspraak maakte voor de volgende dag. Vladyka deed me al gauw over aan vader Adriaan die genoeg geduld had voor zo'n onnozele protestant als ik was. Het werd het begin van een heel ander leven.

Vader Adriaan was God heel dankbaar dat hij nog net werk had gekregen dat het salaris doorbetaalde al had hij maar een week gewerkt. Ook de liquidatie van zijn naaimachinewerkplaats, waarvoor hij geld had moeten lenen, werd door de Pfaff-importeur waarvoor hij werkte keurig geregeld. En tenslotte kon hij weer aan het werk in zijn eigenlijke vak, waarin hij goede prestaties leverde.

Vladyka was intussen zo ver gevorderd in zijn kennis van de Orthodoxie dat hij de waarde van het behoren tot een goede jurisdictie besefte. Vooral nu zich een parochie begon te vormen. Hij zocht weer toenadering tot de priester van de Obrechtstraat, die nu wel bereid was het idee van een Nederlandse Missie onder zijn leiding aan het Patriarchaat Moskou voor te leggen. Toen Vladyka priester werd, was vader Adriaan diaken gewijd en hij diende ook in de Obrechtstraat. De priester daar en Vladyka wilden dat hij zivh priester zou laten wijden. Hij protesteerde dat hij veel te verlegen was om te kunnen preken. Vladyka priester en hij diaken was toch voldoende. Maar Vladyka kende zijn waarde beter dan hijzelf en wilde bovendien door die wijding de erkenning door het Patriarchaat Moskou verkrijgen. Tijdens het hoogtepunt van de Koude Oorlog vlogen zij via de luchtbrug naar het door de Russen geblokkeerde Berlijn, waar Aartsbisschop Boris en de parochie --onder wie Elisabeth Reicher, die later in Tolleshunt Knights is ingetreden-- hen hartelijk ontvingen. Gevraagd naar hun plannen kreeg het vertalen van de heilige diensten in het Nederlands als het voornaamste doel de volle instemming van vladyka Boris. Hij liet voor hen de daarvoor zo waardevolle reeks van de Duitse Maltzev-vertaling uit de kelder halen, die we nog altijd raadplegen. De diensten waren prachtig en de wijding een intense belevenis.

Niet lang daarna begon Vladyka zich weer wat zorgen te maken over de gezondheid van vader Adriaan. Als remedie werd aangeraden: meer buitenlucht. Omdat hij lopen vermoeiend vond, kreeg hij een solex. Maar op een dag viel hij daarmee en brak zijn rechter ellebog. De afgebroken gewrichtskop werd operatief verwijderd. Dit verliep vlot, maar de wond genas niet en ondanks alle oefeningen werd de beweeglijkheid van de elleboog steeds minder. Er werd besloten die opnieuw te breken, maar daardoor werd alles juist steeds moeilijker. Vader Adriaan had direct na de operatie de aandacht erop gevestigd dat de elleboog abnormaal warm bleef. Was dat het teken van een mogelijke ontsteking? De behandelend arts ging daar niet op in en gaf pas na maanden een verwijsbriefje voor de chirurg. De bekende dr. San Giorgi bracht met steeds krachtiger röntgenestralingen het ontstekingsproces tot staan en stelde door middel van een kijkoperatie vast dat het tuberculose was. Dat betekende onmiddellijk de elleboog te laten stijfzetten door het implanteren van een stuk scheenbeen.

Overgebracht naar de overvolle, donkere chirurgische tuberculosezaal ontdekte vader Adriaan dat de kans op succes daarbij bijzonder klein was. De meeste patiënten lagen daar op herhaling omdat de operatie niet gelukt was, één al voor de veertiende maal. Toen kwam de moeder van monachina Joanna met een bericht uit de Vegetarische Bode dat professor Rollier in het Zwitserse Leysin beendertuberculose wist te genezen zonder de overal noodzakelijk geachte operaties. Vladyka ging ogenblikkelijk op informatie uit. Er was plaats in een naar verhouding goedkope kliniek. Maar het ziekenfonds kon de kosten niet vergoeden, dat kon alleen voor longpatiënten in het Nederlandse sanatorium in Davos. Beender-tb werd officieel uitsluitend chirurgisch behandeld. Vladyka liet zich echter door niets weerhouden om dit reddingsplan prompt ten uitvoer te brengen. De problemen zou hij later wel oplossen.

Voor vader Adriaan was het een opwindend avontuur. Thuis had moeder altijd verteld dat bergen zo mooi waren (al had zij die zelf nooit gezien). Temidden daarvan verpleegd worden met goede vooruitzichten in plaats van op die naargeestige ziekenzaal! Ze werden van het tandradbaantje uit Aigle afgehaald. Voor Vladyka was goed onderdak gevonden in het dorp bij een Hollandssprekende dame, die hem in de twee dagen dat hij daar was allerlei nuttige inlichtingen verschafte en hem in kennis bracht met een Nederlandse verpleegster die in Leysin werkte, zuster Geraldine. Gevraagd naar werkgelegenheid in Leysin vertelde die dat de klinieken slechts verplicht waren één gediplomeerde verpleegster in dienst te hebben. Het eigenlijke werk lieten zij doen door onderbetaalde buitenlandse meisjes, die alleen aan de eis moesten voldoen drie gemerkte verpleegstersjurken en schorten te bezitten. Er waren altijd vacatures.

Vladyka moest snel terug en lange tijd opeens alleen alle praktische en financiële problemen oplossen. Maar het moeilijkste voor hem was vader Adriaan daar alleen achter te laten. De kliniekeigenaren hadden uit puur commerciële overwegingen hun toeristenpensions omgebouwd tot klinieken met Rollier-bedden en zonbalkons. Wat kon er niet allemaal misgaan? En vader Adriaan zou vast alleen optimistische brieven schrijven om hem niet ongerust te maken. Ik was een paar maanden eerder orthodox geworden, werkte in Amsterdam en kwam de weekeinden naar Den Haag. Vladyka kon geen paar dagen wachten, zocht mij op in Amsterdam, beschreef de situatie en vroeg me meteen mijn werk op te zeggen om in Leysin te gaan werken. Zo kon ik hem op de hoogte houden en vader Adriaan bijstaan. Ik als bedachtzame kantoorjuffrouw was even verbijsterd, tot ik bedacht dat ik na de middelbare school graag een tijdje naar een Zwitserse kostschool had gewild voor de talen en de vrijblijvende omgang met allerlei soorten meisjes. Dat was toen een volkomen onbetaalbaar idee. Zo werd de orthodoxie ook voor mij meteen een opwindend avontuur. En dat zou vijftig jaar lang zo blijven.

Het ziekenfonds betaalde tenslotte als voor Davos, dat wil zeggen nog niet de helft van de kosten. Vader Adriaans salaris werd ook nu doorbetaald. Toch was het vooral voor Vladyka een moeilijke tijd, al groeiden zijn werk en de contacten in Nederland gestadig. In Leysin ging de goedkope kliniek failliet door lichtvaardigheid van de zoon. Vladyka kwam en organiseerde een in alle opzichten prettiger eigen kliniek in een gemeubileerde etage met Rollier-bed en zonbalkon, waar ook parochianen konden logeren, onder andere lange tijd de dames Brouwer. Toen konden we zelfs diensten doen in de door hem als kapel ingerichte kamerhoek. In de dat jaar prachtige herfst kwam Vladyka lange tijd en huurde een aardig klein chalet voor ons drieën met daarin een mooie kapel. Vader Adriaan kon toen al lange wandelingen maken. Hij werkte in Leysin vooral aan de muziek, leerde noten lezen, verzamelde melodieën en leerde veel van de zeer muzikale bisschop Leontij van Genève. Nadat we in Den Haag allemaal samen Kerstmis gevierd hadden, ging hij alleen terug, voor nog bijna twee jaar. Eerst in een pension, later in het Russische kinderhuis. Hij werkte aan vertalingen, schreef zijn commentaar op het Mattheus-evangelie en vele brieven. Op verzoek van vladyka Leontij deed hij zo nu en dan diensten voor de Russische patiënten hier en daar in de klinieken. Hij werd daarbij geholpen door Matuška Johanna, de leidster van het kinderhuis, die prima Slavisch kon lezen, maar alle gezangen in de altpartij (de vulpartij) zong. Hij schreef de ektinia's en dergelijke fonetisch op en deed de rest in het Nederlands. Heel primitief maar de mensen waren er erg blij mee. En hij wende erdoor aan het Slavisch, wat goed te pas kwam bij het vertaalwerk.

Op dringend aanraden van Matuška Johanna gingen we op weg naar huis voor Kerstmis via haar klooster Lesna in Fourqueux. Ik kwam er in februari terug voor een maandenlange leertijd, en daarna nog jarenlang elk halfjaar een week. Met de vaders, die zij als haar neven adopteerden, ontstond een hechte band. We gingen er altijd aan als we door Frankrijk reisden. Monachina Joanna leerde er ikonen schilderen. Ook de vele bijzonder nuttige contacten met vladyka Joan Shangaiski hebben we mede aan hen te danken.

Toen vader Adriaan eindelijk terug was, werd een veel geschikter ouderwets huis in de binnenstad gevonden met een hoge grote suite voor de kerk en veel meer ruimte. En veel meer mogelijkheden tot aanpassing. Op de achterzolder begon vader Adriaan een drukkerij. Eerst een simpele stencilmachine. Toen een loodgietmachine, die het hele huis deed trillen. Geleidelijk kwamen modernere machines tweedehands op de markt. Vader Adriaan maakte zich vele technieken eigen. Hij vertaalde aan de lopende band officies en leerde ons allemaal te helpen bij de afwerking. Het werd werkelijk professioneel toen we naar de Dr. Kuyperstraat verhuisd waren, waar de drukkerij in het souterrain in geschikte ruimten ondergebracht kon worden met nog een zetterij op de parterre. Daar kwam eerst de mooie composer, gevolgd door de werkelijk professionele fotozetmachine, waarvoor de films in bakjes, gemaakt van een stukje dakgoot, werden ontwikkeld; het werkte prima, alleen was het plafond van de donkere kast wat laag voor lange films. Tenslotte, vader Adriaan was al ruim 70, kwam de computer. En de copieermachine na verscheidene andere druktechnieken. Geleidelijk kwamen alle officieboeken zoals we die nu kennen tot stand, met een onvoorstelbare werkkracht ondanks zijn wankele gezondheid. En daarnaast allerlei oorspronkelijke werken, zoals de met zoveel zorg en zeggingskracht vergaarde en beschreven heiligenlevens; verscheidene commentaren en vele brochures. Na Vladyka's overlijde begon vader Adriaan al spoedig tweemaal per maand de waardevolle Voorlopers te publiceren. We hopen er een bundeling van uit te geven, omdat zo velen het betreuren dat daar nu onherroepelijk een einde aan gekomen is. Het is nu aan ons om op waardige wijze zorgvuldig te benutten wat Vladyka en Vader Adriaan, ondanks tegenslagen en problemen, zo enthousiast hebben opgebouwd.

Monachina Magdalena, september 2002

Oorspronkelijk gepubliceerd als In Memoriam in het Jaarboek 2003 van de Vereniging van Orthodoxen "H. Nikolaas van Myra". Inmiddels is de genoemde bundeling van de Voorlopers verschenen.