De volgende ochtend was Imri nog steeds niet terug. Waarschijnlijk was ze bij Dayati blijven slapen in een van de talrijke bedden. Wij gingen inderdaad naar de bibliotheek, een verrassend grote ruimte in de buurt van het leslokaal. De bijbehorende tuin was volgebouwd met afgescheiden studeerhokjes, een beetje zoals op de Hogeschool in Ildis maar dan veel meer. Faran en Ysella wilden dat niet geloven, maar ik kan me niet voorstellen dat het iets anders zou kunnen zijn. We liepen een beetje verloren tussen de enorme boekenkasten - de grootste verzameling boeken die ik tot op dat moment had gezien was die van Perain Hayan, die er zo'n dertig heeft, en hier waren er meer dan ik op dat moment kon tellen. Bovendien was er op het eerste gezicht niets dat ik kon lezen. Faran had een theorie dat hij wel iets zou vinden als hij er maar niet gericht naar zocht en om die uit te proberen begon hij rondjes te draaien, waarop er iemand kwam die hem tegenhield. "dat is toch niet gezond!"

We vonden wel een tafel met een stel landkaarten, en zelfs een plattegrond die van het huis zelf leek te zijn, maar we konden er nauwelijks uit wijs. Toen we over de kaarten gebogen stonden kwam de bibliothecaris (ik geloof tenminste dat die het was) en vroeg of hij ons met iets kon helpen. Hij wees ons met enige trots de drie Valdyaanse boeken die het huis bezat: een prachtige kopie van het Boek van Halla's Linkerhand, een standaardwerk over geneeskunde, en een aantekenboek van Talay over het Valdyaans. Ik stond er een beetje in te bladeren en overwoog het te leen te vragen, maar de bibliothecaris vroeg of ik een kopie wilde hebben. Toen ik een beetje verrast 'ja graag' zei wenkte hij een klerk, die het min of meer uit mijn handen rukte en meteen begon te schrijven.

Opeens hoorde ik iemand mijn naam zeggen. Het kwam uit de kamer naast de bibliotheek, waar Talay in druk gesprek was met iemand die ik herkende als de vicaris van Anchuk. Ik kon het niet laten om te proberen hen te verstaan. Zij scheen het ergens niet mee eens te zijn dat mij betrof, en al helemaal niet met het feit dat mijn vrienden met zoveel égards behandeld werden, "want zij zijn het die onze Loryn gedood hebben". Niet voor het eerst vroeg ik me af of de goden van Solay en de onze meer overeenkwamen dan ik dacht - Anchuk zou dan de gelijke van de Naamloze kunnen zijn, en Anasagga die van Anshen. Hun vicarissen waren bij het eerste banket ter ere van mijn komst immers allebei met een legertje gekomen. De overeenkomst tussen Dayati en Timoine, en die tussen Micalacuk en Mizran, waren me al eerder opgevallen.

Terwijl ik zo stond na te denken, kwam er een vrouw op ons af die mij vroeg mee te komen, omdat Imri me nodig had. Faran en Ysella gingen ook mee, zij konden zich immers nauwelijks zelfstandig verstaanbaar maken.

We vonden Imri in de kamer van Talay en Dayati, en daar vonden we ook Talay en Dayati zelf. Talay was in alle staten van bezorgdheid, en Dayati was er helemaal niet best aan toe. Het was een te chaotische toestand om elkaar allemaal meteen te kunnen verstaan en begrijpen, maar uiteindelijk werd het duidelijk: volgens Dayati was een van de tweeling dood. Imri vroeg me te kijken, en ik vond eerst een levendig gezond kindje en toen het andere, zwak en langzaam, maar levend. Ik probeerde Dayati gerust te stellen dat haar kindje leefde, maar ze was niet voor rede vatbaar, als ze me al hoorde. Imri wist niet wat ze moest doen - alle gewone dingen bleek ze al gedaan te hebben - en Talay was ervan overtuigd dat Valdyaanse dokters alles konden. Ik deed een poging om uit te leggen dat ik een grootmeester was en Imri een dokter, en dat we pas echt iets zouden hebben aan iemand die het allebei was. Zoals Talay zelf als hij iets geleerd had, realiseerde ik me ineens. En Imri had ook al niet geleerd om haar gaven te gebruiken, die ze wel degelijk had.

Talay werd steeds wanhopiger, en ik kon niets anders bedenken dan het samen met Imri te doen: zij de vakkennis, ik de kracht. Het duurde even voor ze in de gaten had hoe ze het moest aanpakken, maar uiteindelijk lukte het haar en konden we allebei duidelijk zien wat er aan de hand was. Het kindje zwom in troebel water, dat Imri meteen begon schoon te maken; toen ze de slag te pakken kreeg ging het ineens heel snel. Daarna moest ze iets vastzetten dat was losgegaan - zij wist wat het was en waar het voor diende, ik reikte haar naald en draad aan, keek wat ze deed, en toen ze te moe werd om de naald vast te houden en het toch bleef proberen - waarachtig precies Hylti, zo koppig! - rukte ik haar het gerei uit haar handen en maakte het werk zelf af. We rustten even uit en vroegen om ijzerhardthee, waarop Talay ons allebei een bruine halsdoek omdeed zodat de bedienden geen bezwaar zouden kunnen maken.

Volgens Imri was nog niet alles gedaan wat moest gebeuren: het kindje kreeg niet genoeg voedsel, en ze zou de navelstreng moeten vrijmaken. We gingen weer aan het werk, al begon onze kracht het te begeven. Talay merkte dat en bood aan ons te helpen. Ik aarzelde, maar hij greep onze handen en ik voelde meteen een stroom van kracht van hem uitgaan - er hoorde een woord bij, dat ik verstond als "shacti". Imri merkte het ook, en samen slaagden we erin de weg vrij te maken. Het kindje reageerde niet meteen, maar volgens Imri zou het weer goed komen. We konden ons veroorloven om in te storten, wat we ook bijna meteen deden. Ik geloof dat ik mijn eigen bed nog heb bereikt, maar zeker weet ik dat niet.

Nadat ik een poosje geslapen had - aan het licht te zien was het vroeg in de avond - kwam Ysella me opzoeken omdat ze last had van Loryn. Ik had al gemerkt dat ze een paar keer heel pijnlijk had gekeken terwijl we bij Dayati waren, maar op dat moment had ik wel iets anders aan mijn hoofd. Ik probeerde Loryn streng toe te spreken, maar hij was er natuurlijk niet zelf, alleen zijn invloed op Ysella, en het had geen enkel effect. Ik was nog te moe om iets beters te bedenken, maar ik bleef er de rest van de avond wel over piekeren en viel pas na middernacht in slaap.

De volgende ochtend werd ik laat wakker, en toen ik naar de binnenplaats van de anderen liep hoorde ik commotie. Het zag er zwart, of liever gezegd bruin en wit, van de mensen, die allemaal iets over Faran liepen te verkondigen. Het bleek dat hij nachtelijk bezoek had gehad van een Valdyaans uitziende vrouw met rood haar, die op een oude kennis van hem uit Valdis leek maar dat net niet was, en die ineens bleek te zijn verdwenen. Zijn bedienden hadden haar ook gezien en waren ervan overtuigd dat het de godin Dayati was geweest. Mij leek dat niet helemaal onwaarschijnlijk, omdat ik al vermoedde dat Dayati en Timoine dezelfde godin of god waren, en ik begon door te vragen: hoe hebben jullie haar dan gezien? Sommigen zagen Dayati als een man, sommigen als een vrouw of een meisje, en toen ik vertelde dat bij ons vooral kinderen Timoine zagen en hoe ze er dan uit zag kreeg ik een vloed van bijval en tegenspraak terug waar ik maar de helft van kon verstaan. Ik stuurde iedereen zo goed en zo kwaad als het ging weer aan het werk, en gaf Faran de raad aan Talay te vertellen wat hem was overkomen.

Toen we zaten te ontbijten kwam er een man met een papiertje, waarvan hij in afgrijselijk maar wel verstaanbaar Valdyaans voorlas dat Talay ons wilde zien in het schoolgebouw. Dat kwam natuurlijk uitstekend uit, maar Talay had nauwelijks aandacht voor de verschijning aan Faran - ik kreeg de indruk dat verschijningen van Dayati in dit huis aan de orde van de dag waren - en des te meer voor een bruisende taalles. De beginners leerden meer dan in alle vorige lessen bij elkaar, en ik stak er ook nog heel wat van op, bijvoorbeeld drie verschillende manieren om "straks" te zeggen.

Pas bij het middageten kwamen Dayati en Timoine ter sprake. Faran geloofde nog steeds niet aan de verschijning, hij vroeg zich af of iemand zich had kunnen projecteren zoals Loryn dat in Essle gedaan had, maar ik kon hem verzekeren dat niemand dat van Essle naar Solay zou kunnen, en Talay leek het niet waarschijnlijk dat het iemand in Klein-Valdyas was, want dan zouden ze er hier wel van weten. Mij hadden ze immers ook zien aankomen. Talay was ervan overtuigd dat Dayati (of Timoine) wel degelijk was verschenen, en volgens hem was dat om Faran te laten merken dat ze blij was dat hij haar op de goede manier vereerde. We vroegen ons wel af waarom Timoine in Valdyas bijna alleen aan kinderen verscheen en Dayati hier blijkbaar aan iedereen. Volgens Ysella kwam dat omdat mensen in Valdyas getraind werden in het gebruik van hun gaven en hier niet, en dat maakte Talay bang: zou hij Dayati niet meer kunnen zien als hij zich zou oefenen? Maar als ik daarover nadenk, lijkt het me niet waarschijnlijk; Valdyanen die niet begaafd zijn houden immers ook meestal op Timoine te zien, en Raisse die even begaafd is als ik, en even geoefend, ziet haar nog steeds.