In de vijfhoekige tuin bespraken we wat we verder wilden doen, en iedereen was ervoor om door te gaan met het huis verkennen. Op het moment dat we wilden vertrekken kwam iemand Imri halen omdat Dayati haar nodig had. Ik vroeg me af of haar toestand zorgwekkend was, maar volgens de boodschapper hoefde ik me geen zorgen te maken.

Ik nam Faran en Ysella mee naar de werkplaats die voor mij is ingericht, en waar ik meestal 's morgens vroeg, voordat het te warm wordt, een paar uur doorbreng. Sinds de andere Valdyanen er zijn heb ik daar de tijd niet meer voor genomen, en de werkplaats zag er dan ook verlaten en een beetje triest uit. We kwamen ook langs allerlei kantoren, door een grote vijfhoekige moestuin en nog een moestuin, in een enorme keuken waar Boko een vriendje trof en waar we gruwelijk in de weg bleken te staan toen we naar de koude kasten in de muur wilden kijken, en in een smederij waar hekwerk, spijkers en allerlei andere ijzerwaren gemaakt werden - ik weet niet meer in welke volgorde we al die plaatsen bezochten. Het viel wel op dat iedereen hier kennelijk met veel plezier werkt, in ieder geval meer dan in de meeste werkplaatsen in Ildis.

Toen we in de glasblazerij kwamen vroeg de opzichter ons of we kwamen werken of kijken. Ik zei dat we nog nooit glas hadden zien blazen en dat we het graag wilden zien, maar dat ik een andere keer eens zou komen om er iets van te leren - het lijkt me een spannend vak. We werden rondgeleid. De mensen die hier werkten hadden over het algemeen niet meer dan een lendendoek aan, hoewel er hier en daar gesmolten glas in het rond spatte en er een keer een grote fles knapte vlak bij een arbeider, die meteen door een paar anderen in veiligheid werd gebracht en verzorgd. Ysella zei dat het geen vak voor haar was, waarop onze begeleider meteen reageerde met "nee, dan ben je binnen de kortste keren geen dronkenmakende schoonheid meer!"

Voorbij de glasblazerij was de wasserij. Hier was het Ram die enthousiast werd begroet door een vrouw die hem een dikke zoen gaf. Het is wel duidelijk hoe al die witte kleren zo wit blijven: in de wasserij werken tientallen mensen. Het ging er vrolijk toe, net als in het naai-atelier ernaast. Daar werd aan een stuk door gezongen, ieder op zijn of haar beurt - twee jonge meisjes vochten zelfs hun ruzie uit in een lied, terwijl ze tegelijk hard doorwerkten.

Op onze ontdekkingstocht kwamen we ook op een binnenplaats waar drie enorme kuipen stonden die kennelijk gebruikt werden om druiven te trappen, maar op dit moment waren ze leeg. Voor een stel enorme deuren zat een oud mannetje op een bankje een pijp te roken, waar een vreemd ruikend kruid in zat. Ram vroeg of we soms trek hadden in iets te drinken en smoesde met het oude mannetje. Samen verdwenen ze achter de grote deuren en kwamen terug met een fles die zorgvuldig ontkurkt werd en een zware wijn bleek te bevatten, volgens Ram twintig jaar oud (dat wil zeggen: net zo oud als hijzelf), zoet en tegelijk een beetje scherp, en heel geurig. We lieten de fles rondgaan, en ook de bedienden kregen hun deel. Kennelijk was het niet helemaal toegestaan, want Ram liet ons merken dat hij het maar liever geheim wilde houden. De fles werd achter een struik verborgen en wij vervolgden onze weg, terug naar onze appartementen om ons op te frissen.

Toen ik uit het bad kwam, stond daar een jongeman in een wit gewaad met een klein paars streepje op me te wachten, die kwam melden dat Imri nog steeds bij Dayati was en dat we ook Talay en Dayati moesten verontschuldigen. Ik begon me nu echt zorgen te maken. Terwijl de jongeman met mij mee opliep naar Faran en Ysella, nam ik in overweging om in de geest bij haar te gaan kijken. Ik deed het op dat moment niet, omdat ik een vreemde schroom heb om mijn gaven te gebruiken waar Faran en Ysella bij zijn - ik weet zo goed als zeker dat Faran er niet van gediend is, en ik weet helemaal niet wat voor effect het op Ysella zou hebben, of Loryn haar bijvoorbeeld in bezit zou nemen als ze probeert te helpen of iets te leren.

Faran nodigde de boodschapper uit om een glas met ons te drinken, en hij vatte dat op als een uitnodiging om ook maar te blijven eten. Het werd een gezellige avond met veel wijn en gezang, want hij wilde Valdyaanse liedjes horen en bleek ook zelf goed te kunnen zingen. Ik kan me nu wel voor mijn kop slaan dat ik niet één keer eraan gedacht heb om te kijken of hij begaafd was; ik kan het me nu niet meer voor de geest halen en ik kom niet verder dan "vast wel". Het gesprek kwam in de loop van de avond op de goden, en daarna op boeken. Ik liet hem mijn boek zien, waarin ik ook mijn dagboek schrijf, en hij was niet alleen geïnteresseerd maar had meteen in de gaten hoe ons schrift in elkaar zat. Hij vroeg of ik al in de bibliotheek was geweest en legde uit waar die was.

We gingen allemaal laat en een beetje beschonken naar bed, Faran met een mooi meisje en Ysella met twee mooie jongens. Ik kan ook iemand in mijn bed krijgen als ik dat zou willen, maar hoe knap en vriendelijk de jongemannen hier ook zijn, ze zijn geen van allen Rovan.