Religion - the Altar

Religie - het Altaar

Altaren in huis en in de tempel

Zoals ik al meldde in het eerste artikel uit deze serie, dat verscheen in Fantas 52, is het altaar de kern van het Chariaanse religieuze leven. Het vormt het centrum van alle devote handelingen. In deze aflevering bespreek ik uitgebreid een altaarprent, een afbeelding van een altaar gebruikt als substituut voor een echt altaar.

De productie van altaarprenten en de boekdrukkunst

De goedkoopste altaren zijn de altaarprenten'. Dat zijn geblokdrukte tekeningen van een altaar met een paar goden, soms vlug en slordig ingekleurd, nooit zorgvuldig afgewerkt. Deze prenten zijn bedoeld voor de allerarmsten. Het papier was goedkoop en meestal werd er ieder jaar een nieuwe aangeschaft. Er zijn dan ook weinig exemplaren bewaard gebleven. De prent die hier getoond wordt is één van de zeldzame exemplaren die in een prachtige staat bewaard zijn gebleven.

Zoals zo vaak het geval is, was de productie van de goedkope devotionele prenten het directe begin van de boekdrukkunst. De eerste prenten werden na de hongerwinter gemaakt in Broi. Honderd jaar later werd de eerste boekdrukkerij, Seimat, geopend in Chandoír.

Een altaarprent van de clan Soysha

Deze prent is een typisch exemplaar van zo'n altaarprent. Het is een slordig getekend exemplaar, met niet al te veel aandacht voor de traditionele iconologie. Hier en daar zijn er kleuren op gestempeld. De stijl is typisch Chariaans. Smalle, strakke lijnen met weinig arceringen. De prent komt waarschijnlijk uit de omstreken van Broi. Dit soort platen werd meestal in rollen van tien of twintig verkocht aan straatverkopers die ze weer sleten in de armenbuurten in de boerendorpen. Altaarprenten waren duurder naarmate er meer goden op voorkwamen. Dit is er één uit de middenklasse. De allergoedkoopste hadden alleen Pantumatar, de Kirimandir en Yergorn. Duurdere zijn vaak twee keer zo lang en hebben soms wel honderd of tweehonderd goden. Deze prent is later ingelijmd in een passapartout van goedkoop rood linnen, een handeling die erop wijst dat deze prent langer mee moest gaan dan het gebruikelijke jaar, misschien omdat de eigenaars heel arm waren, of omdat het een dierbaar geschenk was.

Omdat de iconografie niet zo best was heeft de uitgever overal de namen van de goden bij laten schrijven. Dat was ook een sterk verkoopargument. In Charia worden letters gezien als goddelijk en als een mooi ornament. Het gebruikte schrift is het Schoonschrift, een schrift dat geasscocieerd werd met klassieke teksten. Wie klassiek Chariaans kon lezen stond in hoog aanzien.

Deze prent is van de clan Soysha geweest. Dat staat in het tablet aan de rechterzijde. Alle tot nu toe gevonden altaarprenten hebben zo'n tablet, een leeg vlak waarop de gelovigen hun namen en de namen van hun clangenoten konden schrijven. Dat nam dan de plaats in van het altaarboek, dat zij zich immers niet konden veroorloven. De kop is geschreven in het Archaïsche schrift, dat diep-religieuze connotaties heeft. Er staat perader, klassiek Chariaans voor familie' of clan'. Daarachter staat in schoonschrift Soysha, de naam van de clan. In het veld zelf staan, in een wilde spelling, namen van familieleden. Sommige namen komen voortdurend terug, zoals Rorayal en Quandiyal. De laatste namen zijn Yadei, Trendal, Dhatilla, Yamat en Quandiyal.

In het midden zijn offers getekend. Van links naar rechts: ryaza-graan, druiven, een goudstuk (een palhod), een kom wijn en een kommetje reukwater. Aan de vlekken en de roetaanslag op het linnen te zien, zijn er ook wel echte offers gebracht, in ieder geval is er wierook en olie gebrand en zijn er plengoffers met wijn gebracht.

Helemaal links zit een kattegodje, benoemd als qunayi katje'. Pluizige dierengoden zijn altijd favoriet bij de kinderen, en de meeste middenklasse prenten hebben een katje of een vosje of een aapje. Er zijn talloze dierengodjes bekend. Dit is duidelijk een onbepaald godheidje, maar een kinderhand heeft er priya bij gekrabbeld, misschien de naam van een beestje dat het ooit zelf gered heeft uit een boom of iets dergelijks.

De godin daarboven, met het woeste gezicht, is een riviergodin. Ook dit is een onbepaalde afbeelding zonder veel persoonlijkheid. Het staat erbij: lusmadir, riviermaagd'.

De god daarboven, de drakenkop, wordt Murzi genoemd. Hier is sprake van een persoonsverwisseling. Er bestaat een populaire keizer, Pal Murzi. Daarnaast is er een keizer die Cadravx'dzin, Gouden Draak' wordt genoemd. Hier heeft de tekenaar de beide keizers door elkaar gehaald en bovendien was Cadravx'dzin helemaal geen draak, maar gewoon een mens. Deze verwisseling wijst sterk op Broi als plaats van herkomst, omdat dat de enige plaats was waar een cultus van de keizer als weer-draak heeft bestaan.

Dan krijgen we de centrale groep figuren, goden die maar zelden ontbreken. Van links naar recht zijn dat Anda, de godin van het leven en van de tijd, Waghdazyal de slachter' ofwel Yergorn de meester van de negen hellen. In het midden staat de goddelijke filosoof Pantumatar, met de vijf tekenen van de oude goden om zijn hoofd: met de klok mee, beginnend linksonderaan: Charia, Bi Arjah, Bi Wih, Andal en een syncretistisch symbool van zowel de maan als de Kirimandir. Naast Pantumatar staan de broer en de zus van de Kirimanya.

Op het andere zijpaneel tenslotte staan de negen Teleg, waarvan niets bekend is. De toevoeging waarvan niets bekend is' is overigens een traditionele Chariaanse uitroep. Iedereen zou altijd en overal zeggen dat ze helemaal niet weten waar de negen Teleg voor staan of wat ze doen, maar iedereen weet dat ze huis en haard beschermen en daarnaast bijstand bieden bij dronkenschap. Maar wie dat hardop zegt raakt ze kwijt, net zoals wij wanneer we vrouwe Fortuna aanroepen ons geluk verliezen.


Back to the contents

Volksreligie in Troi

Optimized for Lynx.

© Copyright 1998 Boudewijn Rempt.