Andal - Charyan religion

Andal - Chariaanse religie

Inleiding

Een van de belangrijkste kenmerken van de Chariaanse religie is de scheiding tussen hoge religie en volksreligie. Deze twee vormen zijn uitingen van hetzelfde geloof en er zijn veel overeenkomsten, maar voor de Charianen zelf zijn ze onverenigbaar gescheiden. De hoge religie wordt beoefend door de Keizer en zijn hof, door de literaten en edelen van het land; de lage religie is een zaak van boeren, handelaars en soldaten. Objectief gezien is het verschil er slechts één van schaal, de uiterlijke verschijningsvormen en de theologie zijn vrijwel gelijk. Aantekening: er zijn zowel goden als godinnen, maar dat ga ik niet iedere keer zeggen.

Uiterlijk

De allerbelangrijkste uiting van geloof in Charia is het offer aan de goden op het godenaltaar. Dat altaar is een vrij hoge tafel met een achterwand en twee afgeronde zijwanden. Deze wanden zijn versierd met afbeeldingen van de minst belangrijke goden en geesten of van de werelden en woonplaatsen van de goden. Op de tafel staan in een zorgvuldige rangschikking beelden van alle goden die vereerd worden door de persoon, familie, clan of land die eigenaar is van dat altaar. Deze rangschikking is zo belangrijk omdat ze de onderlinge verhoudingen van de goden exact moeten weerspiegelen: fouten tegen deze etiquette kunnen represailles van de goden tot gevolg hebben voor de gelovigen. Voor deze beelden worden schaaltjes met voedsel, drank, geurstoffen of andere kostbaarheden gezet en om de beelden worden bloemenkransen gelegd.

De schaal van deze devote handelingen wordt bepaald door de plaats in de maatschappij van de gelovige; de vorm en de intentie blijven hetzelfde, al zal een Chariaan van hoge klasse beweren dat de boeren geen geloof kennen, en zullen de boeren niet geloven dat de hoge heren hetzelfde doen als zij. Een boer zal rijstwijn en graan offeren op zijn gezinsaltaartje, de keizer complete dieren en kostbare parfums op het altaar van de staat in zijn paleis. (Daarnaast heeft de Keizer zelf ook nog een altaartje in zijn eigen vertrekken...) Er zijn ook nog religieuze feesten die voor iedereen bestaan: daarnaast zijn er feesten die alleen in een bepaalde familie gevierd worden, in een bepaald dorp of door aanhangers van een bepaalde stroming. Op sommige van die feesten komen hoge en lage religie bij elkaar: bij feesten ter ere van de stadsgod komt iedereen ter zijner ere naar de stadstempel en offert daar naar draagkracht.

Theologie

Als offeren de belangrijkste uiting van geloof is, is dat meestal niet volgens het klassieke principe van do ut des, maar men geeft omdat de goden gevoed en gekleed dienen te worden in het geval van sommige goden, meestal goden die aan de familie gebonden zijn. In geval van andere goden geeft men omdat men van die godheid houdt, in andere geval dankt men voor bewezen zegeningen, of probeert men het verblijf in het hiernamaals van de dierbare overledenen aangenamer te maken.

Er is in principe geen grens aan de hoeveelheid goden in Charia omdat ieder mens een god kan worden na zijn dood. Gelovigen maken dus altijd een keuze uit de hen bekende goden tot wie zij zich in het bijzonder aangetrokken voelen. Uitzonderlijk is het als iemand maar één god aanneemt, maar het komt beslist voor. Het Chariaanse woord voor deze handeling, het op het altaar zetten van een godenbeeld is hetzelfde woord als het woord voor het adopteren van een kind. Mensen die samen maar één god aannemen kunnen in een soort kloostergemeenschap gaan wonen en leefregels die de god aangenaam zijn aannemen: dat is in feite het offeren van zichzelf aan de god. Het zijn meestal niet de redelijkste, aangenaamste en meest goede goden die daar prijs op stellen. Over het algemeen zijn goden mensen geweest, en stellen er dan ook prijs op als `hun' mensen zich als mensen gedragen.

Hiernamaals

Na de dood gaat de overledene naar het hiernamaals. Dat wordt meestal voorgesteld als een andere wereld bestaande uit zeven plaatsen, onder leiding van een oppergod Yergorn. De standaarduitdrukking hiervoor wordt meestal vertaald met 'de zeven hellen van Yergorn' De dode kan in deze plaats andere doden tegenkomen, en als hij een rechtvaardige grief heeft, bijvoorbeeld tegen zijn moordenaar, dan kan hij Yergorn vragen om het recht hem te straffen naar eigen goeddunken.

Bijzonder grote figuren kunnen na verloop van tijd na hun dood tot god worden: de belangrijkste Chariaanse god Pantumatar was een filosoof uit de vroegste tijd die als sinds mensenheugenis vergoddelijkt is geworden.

Een dode kan naar believen in en uit het dodenrijk naar de echte wereld gaan en daar doen en laten wat hij wil. Maar zoals Rorayal zegt in Hamal Pulandir Ginad-Kramok' mama~yolunlohir taya 'Dood is dood en levend is levend, en dat moet zo blijven'. Doden hebben er een afkeer van terug te keren naar Andal. Reïncarnatie behoort niet tot het Chariaanse repertoire aan theologische ideeën, het zou onmiddellijk op mathematische gronden als dwaas van de hand worden gewezen.

Persoonlijke 'sacramenten'

Zaken als maaltijden, huwelijk, conceptie en geboorte zijn in Chariaanse ogen religieus. Er zijn voor deze en andere ingrijpende en belangrijke gebeurtenissen 'patroongoden' die zich er in het bijzonder mee bemoeien. Daarnaast zijn er grote goden die voor meer algemene zaken zijn die ook hun zegen kunnen geven.


Back to the contents

Optimized for Lynx.

© Copyright 1998 Boudewijn Rempt.